Schaf de legitieme portie af!

De legitieme portie (hierna: de legitieme) is van (heel) vroeger. Bij de invoering in 2003 van het nieuwe erfrecht is dit rudiment gehandhaafd, een ongelukkig besluit, want de legitieme is voornamelijk een verdienmodel voor advocaten en speelt families uit elkaar.

Wat is de legitieme?

De legitieme is dat deel van de nalatenschap waarover de ouders niet vrijelijk ten nadele van afstammelingen mogen beschikken. Alleen afstammelingen (hierna: kind of kinderen) hebben een legitieme.

De legitieme is gelijk aan de helft van het normale erfdeel en het recht daarop ontstaat doordat een kind na het overlijden van een ouder, daarop een beroep doet; het heeft daarvoor vijf jaar de tijd.

De langstlevende ouder en de kinderen erven ieder een gelijk deel. Laat een vader zijn echtgenote en twee kinderen achter, dan erven zij ieder een/derde deel van zijn nalatenschap.

De legitieme is de helft daarvan, dus een/zesde deel. Door een beroep te doen op de legitieme kan het kind alsnog ontvangen wat het tekort komt door schenkingen en/of onterving. De wet noemt dit “inkorting”.

Herkomst van de legitieme

De legitieme is een overblijfsel van het vroegere stam- en familie “erfrecht”. Vermogen moest in de stam of familie blijven en daarom had de echtgenote (de koude kant) geen erfdeel; het was het stam- of familiehoofd dat het vermogen bestuurde ten behoeve van stam of familie.

Nog in 1838 werd een erfdeel voor de echtgeno(o)te afgewezen want echtgenoten hebben slechts een burgerrechtelijke betrekking die voor het bloed moet zwichten. Pas is 1923 werd wettelijk geregeld dat de echtgenoot een zogenaamd “kindsdeel” erft. Zo niet de legitieme, die heeft de stormen overleefd.

Bezwaren tegen de legitieme

Drie bezwaren tegen de legitieme:

a. De wetgever bepaalt, door de legitieme als fenomeen te handhaven, gedeeltelijk hoe vermogen vererft. De legitieme is een vorm van betutteling die niet meer van deze tijd is. De moderne mens wil deze “bescherming” niet meer.

Zeer lang is door deskundigen gediscussieerd over de legitieme en over de positie van de langstlevende echtgenoot. Deze discussie is in de naoorlogse jaren evenwel veelal gevoerd door deskundigen uit de oude tijd, deskundigen van “gisteren”.

b. Onder het erfrecht dat gold tot 2003, was het kind dat een beroep deed op de legitieme (hierna ook: “legitimaris”), erfgenaam en zat het aan de verdelingstafel. Dat was menigmaal heel lastig en de afwikkeling van de nalatenschap liep daardoor nogal eens vertraging op, maar zo’n kind, de legitimaris dus, was wel erfgenaam en dus mede-eigenaar van de gehele nalatenschap; het had recht op dezelfde informatie als de andere kinderen, het had recht op een deel van de familieaandenkens, op de inboedel en op andere goederen, het deed kortom volwaardig, soms tegenstribbelend mee; het kreeg minder, maar het deed mee.

Onder het erfrecht vanaf 2003 is de legitimaris niet langer erfgenaam, hij is gedegradeerd tot schuldeiser, het kind heeft dus wel zijn legitieme behouden, maar slechts in geld, in een vordering op de nalatenschap (erfgenamen). De legitimaris zit nu niet meer aan de verdelingstafel, heeft geen informatie en moet de gegevens om de omvang van de legitieme te kunnen berekenen, zien de krijgen van de erfgenamen. Zij zijn wel verplicht om informatie te geven, maar op het niet geven staat geen sanctie; zij hebben er ook financieel belang bij om de legitimaris zo summier mogelijk te informeren en zie aan, een advocaat wordt ingeschakeld om af te dwingen dat informatie alsnog op tafel komt; het geschil is geboren en het nieuwe erfrecht heeft de door onterving toch al ontstane verwijdering, alleen maar groter gemaakt.

c. Alle schenkingen die een ouder aan de kinderen heeft gegeven, ook die van 20, 30 of 40 jaar geleden, moeten voor de berekening van de legitieme bij de nalatenschap worden geteld. Dit is een vervelend bijproduct van de legitieme, omdat zonder deze regel, ouders door schenkingen de nalatenschap kunnen uithollen om zo de aanspraken van een kind te reduceren tot nihil.

Het onterfde kind, de legitimaris, zal bijgevolg ook moeten onderzoeken wie wanneer welke schenkingen heeft ontvangen. Om dat onderzoek te kunnen uitvoeren moet de legitimaris inzage krijgen in de papieren van de ouders, maar omdat de legitimaris geen erfgenaam meer is, zullen de erfgenamen, meestal de broers en zusters, zo vriendelijk moeten zijn om die papieren beschikbaar te stellen. Omdat ook dat in de regel maar mondjesmaat gebeurt of geweigerd wordt, moet de meergenoemde advocaat ook hier aan de slag. Zoiets leidt bijna altijd tot langlopende en kostbare procedures, met in ieder geval als resultaat, dat de familie totaal uit elkaar ligt en het nooit meer goed komt. Ook hier is de legitieme dus de boosdoener; het terugvorderen van schenkingen is een logisch bijproduct van de legitieme; wordt de legitieme afgeschaft, dan komt ook aan dat gênante gedoe een einde.

Slotconclusie

Afschaffing van de legitieme kan met zich meebrengen dat sommige kinderen nog minder of niets krijgen, maar dat is dan de wil van de ouders. Het gaat om hun vermogen en niet is in te zien welk belang de wetgever beschermt door te bepalen dat ouders niet vrijelijk over hun gehele vermogen mogen beschikken; bovendien, ouders die aan een kind echt niets willen nalaten, zoeken (en vinden vaak) wegen om toch hun wens te realiseren.

Onder het erfrecht vóór 2003 was het aantal procedures in erfrechtzaken vergeleken met nu, beperkt. De advocatuur had geen belangstelling voor dat rechtsgebied, er viel weinig aan te verdienen. Vanaf 2003 is de belangstelling bij advocaten fors toegenomen, hét bewijs dat voor erfrechtadvocaten een goede boterham valt te verdienen; ook hét bewijs dat de legitieme menigmaal een kwade rol speelt.